Thuiswinkel Waarborg
Gezondheid aan Huis Kennisbank

Kennisbank

Zinkvormen

Zink komt in supplementen voor in verschillende verbindingen. Welke vorm op het etiket staat, maakt verschil — in hoe het lichaam het verwerkt, hoe mild het is voor de maag en voor welk gebruik het het meest geschikt is.

Waarom verschillende vormen?

Zink is een mineraal dat altijd aan een ander molecuul wordt gebonden voordat het in een supplement terechtkomt. Puur zink is instabiel en wordt in het lichaam niet goed verwerkt. Door het te koppelen aan een dragerstof — een zuur, een aminozuur of een organische verbinding — ontstaat een stabiele, inneembare vorm.

Die keuze voor een drager maakt wél verschil. Sommige verbindingen lossen beter op, worden efficiënter opgenomen of zijn zachter voor de maag. Andere zijn juist geschikt voor een specifiek gebruik, zoals zuigtabletten. De hoeveelheid elementair zink — het 'pure' mineraal — verschilt ook per verbinding.

Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende vormen.

Organische vormen: beter opneembaar

Organische zinkverbindingen zijn gekoppeld aan een koolstofhoudende drager. Ze worden over het algemeen beter opgenomen dan anorganische vormen en zijn milder voor de maag.

Zinkbisglycinaat

Zink gebonden aan twee glycinemoleculen (een aminozuur). Dit is een zogenaamde chelaatverbinding: de structuur beschermt het zink tegen stoffen in de voeding die de opname kunnen remmen, zoals fytaten uit granen en peulvruchten. Het resultaat is een stabiele verbinding die goed wordt opgenomen en door de meeste mensen als mild wordt ervaren — ook op een lege maag.

Zinkpicolinaat

Zink gebonden aan picolinezuur, een stof die van nature in het lichaam voorkomt. Picolinezuur helpt het zink door de darmwand te transporteren, wat de opname bevordert. Studies tonen aan dat zinkpicolinaat goed wordt opgenomen; het is een van de meest verkochte en meest gezochte vormen. Bevat circa 21% elementair zink.

Zinkcitraat

Zink gebonden aan citroenzuur. Goed oplosbaar in water, neutraal van smaak en breed inzetbaar. Studies tonen vergelijkbare opname met zinkgluconaat en beter dan zinkoxide. Veel gebruikt in tabletten en capsules. Bevat circa 31% elementair zink.

Zinkgluconaat

Een van de oudste en meest gebruikte zinkverbindingen, gevormd door koppeling aan gluconzuur. Zachte smaak, goed oplosbaar en breed verkrijgbaar. Veel gebruikt in zuigtabletten en in dagelijkse supplementen. Bevat circa 14% elementair zink.

Zinkacetaat

Zink gebonden aan azijnzuur. Specifiek relevant voor zuigtabletten. Als capsule of tablet heeft zinkacetaat geen specifiek voordeel boven andere organische vormen. Bevat circa 36% elementair zink.

Zinkcarnosine (polaprezinc)

Een specifieke chelaatverbinding van zink en L-carnosine. Anders dan de overige vormen wordt zinkcarnosine niet primair gebruikt voor het aanvullen van zinkniveaus, maar specifiek onderzocht voor de ondersteuning van het maagslijmvlies en de darmwand. Wordt soms ingezet bij maagklachten.

Anorganische vormen: goedkoop maar beperkter

Anorganische zinkverbindingen zijn gekoppeld aan niet-koolstofhoudende stoffen. Ze zijn goedkoper in productie maar worden minder goed opgenomen.

Zinkoxide

De meest gebruikte en goedkoopste zinkvorm in de supplementenmarkt — en daarmee de meest voorkomende op etiketten van basisproducten. Zinkoxide is slecht oplosbaar in water en heeft een lage biologische beschikbaarheid vergeleken met organische vormen. Topisch gebruik (zonnebrandcrèmes, luiercrèmes) is een ander verhaal, waarbij zinkoxide juist goed werkt als beschermende barrière. Bevat circa 80% elementair zink — hoog percentage, maar dat compenseert de beperkte opname niet.

Zinksulfaat

Een van de vroegst gebruikte zinkverbindingen, ook in klinische context. Bevat circa 23% elementair zink en wordt redelijk opgenomen, maar heeft een grotere kans op maagklachten dan organische vormen.

Over dit artikel

Geschreven door:

Jojanneke van den Berg
Jojanneke van den Berg Gezondheidsdeskundige

Laatste update: